Chopiniana

zij danst de nacht aan flarden
en tikt het ritme van de tijd

met haar vermoeide voeten
tot koele meren van verlangen

zij klapwiekt toekomst
in haar hart, vangt licht

tussen verdwaalde passen

zij glijdt en trippelt, zwiert
en zweeft haar oorsprong dichterbij

zij wil nog zoveel lichter zijn