Had ik maar

dat ze de tijd verknipte
tot hapklare brokken
kon ik in haar verre ogen zien

als vanouds
stonden haar schoenen
achterwaarts ingeparkeerd

het zwarte raam bood
onveranderd uitzicht; nooit verder
dan de hongerige overkant

bevroren schouder, beweerde iemand
maar alles leek van ijs in haar

hoe oude botten konden rammelen
hoe stevig ze moest slikken

dat wist ik toen nog niet