Intermezzo

klank ademt zich langs
heuveltjes van kippenvel
 
zoals een zoentje op je kruin
in ver voorbije kinderjaren
we fluiten
 
over houden van en kleine
dingen die ’t doen en meer
van dat soort moois; we tellen
 
ons van noot naar noot, langs
breekbaarheid en voor altijd
 
het trilt de leegte uit een lijf
opdat het dansen verder gaat

Terug