Saeftinghe
Wij duiken in je uitgestrektheid, in resterende land-
geheimen van deze pleisterplaats, wij vullen ons
met vergezichten uit een zanderig verleden.
Waar water schuurt, verloren loopt op schorren,
langs geulen die ontheemd een haven zoeken,
als babyhandjes graaiend naar een moederborst.
Nooit zal verdronken echt verdwenen zijn.
Kopje onder, lijkt het, maar tegelijk zo
glinsterend van ongerepte maagd’lijkheid.
We laven ons aan lepelblad, aan vogel-
rust en meer van dat soort moois. We zwijgen,
zien hoe het kerend tij zich in je armen vlijt
opdat het zilte nat jou vruchtbaar kust.
| © Nell Nijssen (28-01-2010) | Vorige |